De tool bouwt elke maand rente op als jaarrente gedeeld door 12, over het saldo dat op dat moment rente krijgt. Standaard komt de storting er ná die rente bij. Kies uw begin van de maand, dan krijgt de storting die maand wél rente. Het eindbedrag, de grafiek en de jaartabel gebruiken dezelfde uitkomst.
Rente die op de rekening blijft, telt de volgende periode mee. € 1.000 tegen 2% levert bij maandelijkse bijschrijving en zonder extra inleg na een jaar € 20,18 rente op. Zonder samenstellen zou het € 20,00 zijn.
Nominaal is het jaarpercentage dat u invult. Effectief is wat daaruit volgt als de rente tussendoor op de rekening komt. Maandelijks samenstellen geeft een iets hoger effect dan één bijschrijving aan het eind van het jaar. De tool past die frequentie niet toe alsof elke bank het zo doet.
Bij een vrij opneembare rekening mag de bank de rente wijzigen. De tool laat het percentage alleen gelijk, of vanaf een maand die u zelf kiest. Dat is geen verwachting.
Een storting aan het begin van de maand staat langer op de rekening dan een storting aan het eind. Daardoor valt de rente hoger uit. Het verschil ziet u door het moment van inleg te wisselen.
Bij Rabobank is de methode in de bron schijfrente. Op € 25.000 is dat € 355,00 nominale rente per jaar als het saldo niet wijzigt: de eerste € 10.000 tegen 1,50%, de volgende € 10.000 tegen 1,40% en € 5.000 tegen 1,30%. Dat percentage van de hoogste klasse geldt niet over het hele saldo.
Het eindbedrag is nominaal. Vult u een inflatiepercentage in, dan toont de tool daarnaast de koopkracht van dat saldo. Inflatie wordt niet van de rente afgetrokken en is geen voorspelling.
Kijk naar het tarief op uw saldo, de saldoklassen, een actie met einddatum, of uw vrij kunt opnemen, kosten, een verplichte betaalrekening en welk garantiestelsel geldt. De vergelijking van vrij opneembare rekeningen staat op spaarrekeningen vergelijken.
Spaargeld kan op 1 januari meetellen voor box 3, samen met uw andere vermogen. Heffingsvrij vermogen, een fiscale partner en de rekenmethode van het belastingjaar staan bij de Belastingdienst. Niet iedereen betaalt box 3. Deze tool haalt geen belasting van de rente af. Zie box 3.
Een gedekt tegoed bij een bank onder de Nederlandse Depositogarantie is beschermd tot € 100.000 per persoon per bankvergunning, niet per rekening. Rekeningen bij dezelfde vergunning tellen samen. Een gezamenlijke rekening telt voor iedere houder. Een bank in een ander EU-land gebruikt meestal het stelsel van dat land. De garantie dekt geen koopkracht en belooft geen toekomstige rente. Bron: DNB. Meer op depositogarantie.
De methode is gecontroleerd op 2 november 2026. Standaard gaat de inleg er aan het einde van de maand bij, ná de rente over het saldo van die maand. De nominale jaarrente wordt maandelijks opgebouwd als percentage gedeeld door 12. Bijschrijving kan maandelijks, per kwartaal of per jaar. Rente die nog niet is bijgeschreven, levert zelf geen rente op. Aan het eind van de gekozen periode wordt de opgebouwde rente wel afgerekend. Schijfrente gebruikt het bedrag per klasse. Een vlakke klasse gebruikt het percentage alleen zolang het saldo in één klasse valt. Een actietarief loopt niet automatisch door. Rente naar een andere rekening komt niet terug op het saldo. Onbekende bankkosten worden niet als nul meegerekend. Afronding op centen gebeurt op de getoonde totalen. De formule is de specificatie van deze tool, getest met een gesloten vorm voor maandelijkse bijschrijving. DNB is de bron voor de garantie, niet voor de formule.
Bankgegevens komen uit het spaaronderzoek van 2 november 2026. Alleen ASN Sparen, Rabo SpaarRekening, Triodos Internet Sparen en de basisrente van de Gouden Internet Rekening hebben hier een ingangsdatum én een uniek tarief op een passend saldo. Er is geen beste-bank-ranglijst. Betaalde plaatsing bepaalt de volgorde niet. Zie hoe wij geld verdienen en de vergelijkingsmethode.
Redactie WiT Financieel, verantwoordelijk voor de tekst en de rekenmethode. Dit is geen persoonlijk advies en geen certificering. Over de redactie. Gepubliceerd op 30 oktober 2026. Laatst inhoudelijk bijgewerkt op 2 november 2026. Berekeningsmethode gecontroleerd op 2 november 2026. Banktarieven gecontroleerd op 2 november 2026.
Hoe berekent u spaarrente?
Deel de nominale jaarrente door 12 en pas die maandrente toe op het saldo dat rente krijgt. Tel daarna de storting erbij, of ervoor als uw begin van de maand kiest.
Hoeveel rente krijg ik op € 10.000 spaargeld?
Bij een zelf gekozen 2% per jaar, zonder extra inleg, 12 maanden en maandelijkse bijschrijving op de rekening wordt het eindbedrag € 10.201,84. Dat is een rekenvoorbeeld, geen tarief van een bank.
Hoe werkt rente-op-rente?
Rente die op de rekening blijft, wordt daarna zelf grondslag. Op € 1.000 tegen 2% is de rente na een jaar € 20,18 bij maandelijkse bijschrijving.
Maakt het uit wanneer ik geld stort?
Ja. Een storting aan het begin van de maand krijgt die maand rente. Een storting aan het einde niet.
Wordt spaarrente maandelijks of jaarlijks berekend?
Dat staat in het contract. Deze tool kan maandelijks, per kwartaal of per jaar bijschrijven. Alleen ASN en Triodos hebben in dit onderzoek een bijschrijving die we aan de rekening koppelen.
Wat is het verschil tussen nominale en effectieve rente?
Nominaal is het jaarpercentage. Effectief ligt hoger als de rente tussendoor op de rekening komt en mee gaat renderen.
Kan mijn spaarrente veranderen?
Bij een variabele spaarrekening wel. De tool houdt het percentage gelijk, tenzij u zelf een andere rente vanaf een maand invult.
Hoe werken rentestaffels?
De klasse van uw saldo bepaalt het percentage. Bij een schijfmethode, zoals Rabobank op € 25.000, is de nominale jaarrente € 355,00 en niet het laatste percentage over het hele bedrag.
Is de berekende eindwaarde gegarandeerd?
Nee. Het is de uitkomst van de aannames die u ziet. Een bank kan de variabele rente wijzigen.
Hoeveel rente ontvang ik bij maandelijkse inleg?
Dat hangt af van saldo, storting, percentage, looptijd en of de storting aan het begin of einde van de maand valt. Het voorbeeld van € 1.000, € 100 per maand, 2% en 24 maanden eindigt op € 3.487,34, waarvan € 3.400 eigen inleg is.
Wat is het verschil tussen sparen en een spaardeposito?
Op een spaarrekening kunt u meestal opnemen en is de rente variabel. Een spaardeposito staat vast voor een looptijd tegen een afgesproken rente.
Welke kosten kunnen bij sparen gelden?
Soms een rekeningkost of een verplichte betaalrekening. Vul alleen een bedrag in dat u kent. Een leeg veld telt niet als € 0.
Valt mijn spaargeld onder depositogarantie?
Alleen als het tegoed onder het stelsel van die bank valt. In Nederland is dat in de regel € 100.000 per persoon per bankvergunning. Niet elke buitenlandse bank valt onder DNB.
Moet ik belasting betalen over spaarrente?
Dat hangt af van uw vermogen op 1 januari en de regels van dat jaar. Deze berekening doet box 3 niet.
Wat doet inflatie met mijn spaargeld?
Inflatie verandert wat u met hetzelfde bedrag kunt kopen. Het nominale eindbedrag blijft staan. De koopkracht verschijnt alleen als u een inflatiepercentage invult.
Hoe vergelijk ik spaarrentes van verschillende banken?
Vergelijk het tarief op hetzelfde saldo, met dezelfde opnamevoorwaarden en een datum. Een actie en een basisrente horen niet in één rij.
De spaarformule is gedocumenteerd in de methode hierboven en in de tests. De DNB-pagina gaat over bescherming, niet over de rekenformule.
Deze berekening is indicatief en gebaseerd op de ingevulde gegevens en vermelde uitgangspunten. De werkelijke uitkomst kan afwijken.