Belasting
Vermogensbelasting in Box 3: regels en berekening
Hebt u spaargeld, beleggingen of ander vermogen? Dan kunt u te maken krijgen met belasting in Box 3. Ontdek welke bezittingen en schulden meetellen, hoe het heffingsvrij vermogen werkt en hoe u de belasting voor een gekozen belastingjaar kunt berekenen.
De berekening is indicatief en vervangt uw aangifte of belastingaanslag niet.
Voor welk belastingjaar wilt u rekenen?
Belastingjaar 2026 · Peildatum 1 januari 2026 · Status: voorlopig voor banktegoeden en schulden, vast voor overige bezittingen · Gecontroleerd op 2 november 2026. Belastingdienst
De percentages voor banktegoeden en schulden zijn voorlopig. De Belastingdienst stelt die begin 2027 vast voor de definitieve aanslag. Het percentage voor beleggingen en andere bezittingen staat vast. Deze module rekent de voorlopige aanslag, niet het werkelijk rendement.
Heffingsvrij vermogen
€ 59.357
Over het vermogen onder deze grens betaalt u normaal gesproken geen box 3-belasting. Het bedrag geldt voor één persoon. Het is geen vrijstelling van uw spaarrente.
Peildatum
1 januari
U neemt de bezittingen en schulden op 1 januari 2026. Tijdelijk geld verschuiven rond de jaarwisseling heeft eigen anti-misbruikregels. Die rekenhulp past die regels niet toe.
Drie categorieën
Banktegoeden 1,28% voorlopig. Overige bezittingen 6,00% vast. Schulden 2,70% voorlopig, na de drempel. Daarna geldt 36% over het berekende voordeel, niet over uw hele vermogen.
Bereken uw indicatieve box 3-belasting
Vul uw vermogen op de peildatum in. De eigen woning en de hypotheek daarop horen in box 1 en vult u hier niet in. Niet elke lening telt mee.
Samenwonen maakt u niet automatisch fiscale partners. De module gaat uit van partnerschap over het hele jaar en verdeelt de grondslag gelijk, tenzij u een andere verdeling kiest.
Indicatieve box 3-belasting
€ 417
Deze uitkomst is een indicatie op basis van de ingevoerde gegevens en de voor dit belastingjaar opgenomen regels. De Belastingdienst bepaalt de uiteindelijke aanslag. Bank- en schuldpercentages zijn voorlopig.
- Totaal meegetelde bezittingen
- € 150.000
- Aftrekbare schulden
- € 0
- Rendementsgrondslag
- € 150.000
- Heffingsvrij vermogen
- € 59.357
- Grondslag sparen en beleggen
- € 90.643
- Belastbaar rendement
- € 1.920
Hoe is uw vermogen opgebouwd?
Banktegoeden: € 150.000
Overige bezittingen: € 0
Aftrekbare schulden, geen bezit: € 0
Bekijk hoe de belasting is berekend
- Banktegoeden: € 150.000 1.28% voorlopig, peildatum 1 januari 2026.
- Beleggingen en andere bezittingen: € 0 6% staat vast. Groene beleggingen zijn tot de vrijstelling buiten deze post gelaten.
- Aftrekbare schulden: € 0 Schulden min de drempel van € 3.800.
- Belastbaar rendement: € 1.920 Rendement op banktegoeden plus overige bezittingen, min het rendement op aftrekbare schulden. Niet uw spaarrente of beurswinst.
- Rendementsgrondslag: € 150.000 Bezittingen min aftrekbare schulden.
- Grondslag sparen en beleggen: € 90.643 Rendementsgrondslag min het heffingsvrij vermogen van € 59.357.
- Belasting: € 417 36% van het voordeel uit sparen en beleggen, naar beneden afgerond op hele euro's.
- Persoon 1: aandeel 60,42% , voordeel € 1.160, belasting € 417.
Rekenvoorbeelden uit dezelfde module
Alleen spaargeld
€ 150.000 banktegoeden, zonder partner. Het heffingsvrij vermogen haalt een deel uit de grondslag. Het forfait is niet uw spaarrente.
Indicatieve belasting: € 417
Spaargeld en ETF's
€ 40.000 banktegoeden en € 40.000 overige bezittingen. Alleen het deel boven het heffingsvrij vermogen komt in de grondslag, en de twee forfaits verschillen.
Indicatieve belasting: € 270
Fiscale partners
Samen € 150.000 spaargeld en het hele jaar partners. De vrijstelling en de gelijke verdeling komen uit de module.
Indicatieve belasting: € 144
Tweede woning
Een tweede woning van € 200.000 met € 100.000 schuld. De eigen woning hoort hier niet in. De WOZ-waarde en welke schuld meetelt, controleert u zelf.
Indicatieve belasting: € 1.449
Wat als uw werkelijke rendement lager is?
Het forfait is een vast percentage per soort vermogen. Het werkelijk rendement is wat u in dat jaar echt had. De Hoge Raad zegt dat de Belastingdienst het werkelijk rendement moet gebruiken als dat lager is. In de voorlopige aanslag 2026 gebeurt dat nog niet, omdat het jaarresultaat dan nog niet vaststaat. U kunt het later in de aangifte doorgeven. Er is geen vrijstelling van het heffingsvrij vermogen in die tegenbewijsregeling, winst en verlies in hetzelfde jaar worden verrekend, en een negatief jaar wordt op € 0 gezet. U mag dat verlies niet naar een ander jaar meenemen. Deze pagina rekent dat werkelijk rendement niet uit. Lees de uitleg van de Belastingdienst.
Wat verandert er aan box 3?
Geldende wetgeving
Voor de voorlopige aanslag 2026 geldt de overbruggingswetgeving met forfaits per soort vermogen, plus de mogelijkheid van tegenbewijs over het werkelijk rendement.
Wetsvoorstel, nog niet aangenomen
De Tweede Kamer nam de Wet werkelijk rendement box 3 op 12 februari 2026 aan. De Eerste Kamer heeft het voorstel niet aangenomen. Op 13 oktober 2026 besloot de commissie Financiën de novelle en de behandeling in de Tweede Kamer af te wachten. Het kabinet streeft naar invoering per 1 januari 2028. Dat is geen geldende wet. Eerste Kamer, dossier 36.748
Onderzoek, geen wet
Een verdere stap naar belasting bij verkoop, een vermogenswinstbelasting, is een aparte route. Die is niet ingevoerd. Rijksoverheid
Welke bezittingen en schulden vallen in box 3?
| Vermogensbestanddeel | Gebruikelijke categorie | Wat controleert u? |
|---|---|---|
| Betaalrekening en spaarrekening | Banktegoeden | Saldo op 1 januari, ook in het buitenland. |
| Spaardeposito | Banktegoeden | Bij jaarlijkse rente het saldo. Bij langere rentevastheid de waarde in het economisch verkeer. |
| Aandelen, ETF's, fondsen en obligaties | Overige bezittingen | Koers op de peildatum, niet u aan- of verkoopwinst van dat jaar. |
| Cryptovaluta | Overige bezittingen | De Belastingdienst noemt crypto bij de overige bezittingen. |
| Tweede woning | Overige bezittingen | Niet uw hoofdverblijf. In Nederland vaak de WOZ-waarde. |
| Eigen woning | Niet in box 3 | Hoofdverblijf en de hypotheek daarop horen in box 1. |
| Pensioen en lijfrente | Meestal buiten box 3 | Een geblokkeerd pensioenproduct is geen gewone beleggingsrekening. |
| Schuld voor een tweede woning of consumptie | Schulden | Alleen na de drempel, en alleen als de schuld in box 3 hoort. |
Bron van de indeling: berekening box 3-inkomen 2026.
Hoe werkt de aangifte?
U geeft de stand op 1 januari op. Banken en brokers sturen jaaropgaven, maar die vervangen uw controle niet. De Belastingdienst berekent de voorlopige aanslag met de forfaits. Het werkelijk rendement geeft u apart door als dat lager is. Deze uitkomst is geen aanslag.
Geschreven door de redactie van WiT Financieel.
- Gepubliceerd
- 30 oktober 2026
- Inhoudelijk bijgewerkt
- 2 november 2026
- Feiten gecontroleerd
- 2 november 2026
Hoe berekent WiT Financieel box 3-belasting?
De module bevat alleen 2026, gecontroleerd op 2 november 2026 aan de hand van de berekening voor de voorlopige aanslag. Percentages uit een ander jaar worden niet overgenomen. 2025 en 2027 kunt u niet kiezen, omdat die regelset hier niet als bruikbare berekening is opgenomen.
De volgorde volgt de Belastingdienst: forfait per categorie, schuld na drempel, rendementsgrondslag, heffingsvrij vermogen, aandeel afgekapt op twee decimalen, voordeel en belasting naar beneden op hele euro's. Fiscale partners worden alleen als heel jaar partners behandeld. Het werkelijk rendement, belastingverdragen en de eigen woning zitten er niet in. Er is geen deskundige review. Een voorstel van de Tweede Kamer is geen wet zolang de Eerste Kamer het niet heeft aangenomen.
Lees ook
Veelgestelde vragen
Wat is box 3?
Box 3 is het deel van de inkomstenbelasting over inkomen uit vermogen, zoals spaargeld, beleggingen en een tweede woning. U salaris valt in box 1.
Hoeveel vermogen mag u belastingvrij hebben?
In 2026 is het heffingsvrij vermogen € 59.357 voor één persoon en € 118.714 voor fiscale partners over het hele jaar. Dat bedrag geldt niet automatisch in een ander jaar.
Hoe wordt box 3-belasting berekend?
De Belastingdienst rekent per soort vermogen een forfait, trekt het heffingsvrij vermogen af van de rendementsgrondslag en past 36% toe op uw aandeel in het voordeel. Het is geen percentage over uw hele vermogen.
Wat is de peildatum?
Voor 2026 is dat 1 januari 2026. U neemt de waarde van bezittingen en schulden op die dag.
Betaal ik box 3-belasting over mijn spaarrente?
Nee. De voorlopige aanslag gebruikt een forfait op uw banktegoed, niet de rente die uw bank bijschrijft. Die rente kan wel in uw saldo op de peildatum zitten.
Waarom worden spaargeld en beleggingen verschillend behandeld?
Omdat de overbruggingswetgeving twee forfaits gebruikt. Voor 2026 is dat voorlopig 1,28% voor banktegoeden en 6% voor overige bezittingen.
Hoe werkt box 3 met een fiscale partner?
Alleen als u het hele jaar fiscale partners bent, gelden de dubbele vrijstelling en de dubbele schuldendrempel. Samenwonen is niet automatisch partnerschap. De grondslag mag u verdelen.
Welke schulden mag ik meenemen?
Schulden die in box 3 horen, na een drempel van € 3.800 per persoon in 2026. Een hypotheek op uw eigen woning hoort in box 1.
Valt mijn eigen woning onder box 3?
Nee. U hoofdverblijf en de hypotheek daarop horen in box 1.
Hoe wordt een tweede woning belast?
Een tweede woning hoort bij de overige bezittingen. In Nederland is de WOZ-waarde vaak de maatstaf. Een schuld voor die woning kan na de drempel meetellen.
Hoe werkt box 3 bij buitenlandse rekeningen?
Buitenlandse banktegoeden horen bij de banktegoeden. Buitenlands vastgoed hoort bij de overige bezittingen. Een belastingverdrag kan de uitkomst veranderen. Dat rekent deze module niet.
Moet ik ETF's en aandelen opgeven?
Ja, als ze op de peildatum van u zijn. Ze vallen onder overige bezittingen, tegen de koers op 1 januari.
Hoe werkt box 3 bij cryptovaluta?
De Belastingdienst noemt cryptovaluta bij de overige bezittingen voor 2026. De module gebruikt daarvoor het forfait van 6%.
Wat als mijn werkelijke rendement lager is?
Dan kunt u dat later aan de Belastingdienst doorgeven. De voorlopige aanslag 2026 gebruikt het forfait. Deze site rekent het werkelijk rendement niet uit.
Wanneer kan ik werkelijk rendement doorgeven?
In de aangifte, nadat het jaar voorbij is. De Belastingdienst beschrijft de tegenbewijsregeling. Een lager werkelijk rendement is niet simpelweg het laagste percentage kiezen.
Hoe werkt het heffingsvrij vermogen?
Het gaat af van de rendementsgrondslag. Alleen het deel daarboven komt in de grondslag sparen en beleggen. Bij de tegenbewijsregeling over werkelijk rendement geldt die vrijstelling niet.
Wat gebeurt er bij groene beleggingen?
In 2026 is een deel vrijgesteld: € 26.715 per persoon en € 53.430 voor fiscale partners over het hele jaar. Alleen het meerdere telt mee bij de overige bezittingen.
Welke box 3-regels gelden in 2026?
Heffingsvrij vermogen € 59.357, schuldendrempel € 3.800, banktegoeden voorlopig 1,28%, overige bezittingen 6%, schulden voorlopig 2,70% en een tarief van 36%. Bank- en schuldpercentages worden begin 2027 definitief.
Wat zijn de plannen voor box 3 vanaf 2028?
De Tweede Kamer nam een wetsvoorstel over werkelijk rendement aan. De Eerste Kamer heeft het niet aangenomen. Invoering per 2028 is een streven van het kabinet, geen geldende wet.
Is de box 3-berekening van WiT Financieel definitief?
Nee. Het is een indicatie voor de voorlopige systematiek van 2026. De Belastingdienst stelt de aanslag vast. Er is geen fiscaal advies en geen deskundige review.
Bronnen
WiT Financieel geeft algemene informatie. Dit is geen persoonlijk financieel advies, geen offerte en geen aanbod van krediet, verzekering of een beleggingsdienst. De methode staat op de pagina vergelijkingsmethode.